(als reactie op Wel of niet de 'grap' van een 'gek')
De geschiedenis wordt weer te pas en te onpas erbij gehaald, deze keer wanneer men het heeft over de man die de verachtelijke aard van 'de anderen' eens en voor altijd probeerde af te rekenen. De man die zo tijdloos beschreef hoe onze lichamen zich in een continue staat van uitgestelde verrotting bevonden. De man die 50 jaar later verfoeid werd om zijn antisemitische pamfletten.
Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten, dus daarom zullen al onze kleine intellectuelen zich deze kans niet laten ontnemen. Zo lijkt men in veel gevallen opeens te willen vergeten dat racisme (en in het speciaal antisemitisme) haar hoogtij vierde in Frankrijk aan het begin van de 20ste eeuw. Alsof hij daar als enige een zeer controversiële mening over de inboorlingen en joden vertegenwoordigde. Alsof de Dreyfusaffaire nooit had plaatsgevonden. Alsof de haat tegen minderheden haarzelf in één keer manifesteerde tot de Tweede Wereldoorlog.
Céline heeft zijn gitzwarte kijk over alles en iedereen vaak uitgebreid uitgespuugd tot de geweldige proza waar velen nog steeds intens van kunnen genieten. Maar in zijn tijd werd hij door zijn succesvolle Reis Naar Het Einde Van De Nacht door de één verfoeid en door de ander de hemel in geprezen om vervolgens met zijn minder succesvolle Dood Op Krediet juist weer verfoeid te worden door diegene die hem zo fanatiek hadden aanbeden.
Hij schreef niet om geliefd te zijn. Niets en niemand werd ontzien in zijn onvergevingsgezinde gespui. Zijn kritiek was hard en medogenloos. Het is bijna een voorbeeld van de klassieke held die steeds meer veracht werd, waardoor hij zijn rancune steeds hoger liet oplaaien.
Het enige verwijt dat we hem kunnen maken is dat hij, ondanks zijn scherpe, kritische blik, de overheersende racistische en antisemitische gedachtes niet wist te ontrafelen als de zoveelste uiting van die verachtelijke, egoïstische en bekrompen aard van 'al die anderen'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten