dinsdag 14 juni 2011

De Andere Kant Op

Schuttevaar herkende me niet toen ik tegenover hem ging zitten in de trein. Hij zag er afgeslankt uit en ook een stuk bedroefder zonder mensen om hem heen die hem aanspreekbaar leken, maar ik herkende hem aan dat lange grijze haar dat in een staartje was vastgebonden, het vergeelde, lompe montuur met vierkante glazen en het goudgekleurde ringetje in zijn uitgerekte oor.
Zijn zogenaamde kunstenaarsogen gleden haast bedroefd over het landschap, maar naast oprechte medelijden voelde ik plotseling ook een lichte afkeer.
Waar kunstenaars het liefste alle aandacht naar zich toe trekken om vervolgens amateuristisch filosofische monologen van het meest oppervlakkige soort uit te brabbelen, hadden ze het lichtende voorbeeld kunnen zijn voor de maatschappij en alle komende generaties. In plaats van uit het raam te staren, nam ik het hem opeens ontzettend kwalijk dat hij nooit de moeite heeft genomen zich echt te verdiepen in zijn medemens of in de maatschappij, maar de zeer egoïstische keus had genomen om als 'levenskunstenaar' genietend door het leven te gaan.
Ik zag de krulschapen weer voorbijkomen, waarbij ik hem lichtjes zag opspringen. Even wendde hij zijn blik door de hele trein op zoek naar een persoon die hem aanspreekbaar leek, maar deze keer sloot ik even mijn ogen en keek daarna de andere kant op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten