Ik zie iemand eerst met zijn hand door een afvalbak graaien. Vervolgens verzamelt hij de moed om een wildvreemde om geld te vragen. Voorovergebogen in een haast nederige houding en met een verlegen stem vraagt hij: "Mag ik u iets vragen?". Er al van uitgaand dat hij om geld zal vragen, schud ik van niet.
Zoals bijna iedereen zeg ik tegen mezelf dat hij daar toch alleen drank of drugs voor zou gaan kopen.
Ondertussen voelt hij de welbekende vernedering, de welbekende afwijzing en het welbekende gevoel buitengesloten te zijn van de maatschappij.
Ik weet dat verslaving niet de oorzaak is van drank of drugs, maar het gevolg. Verder weet ik te veel van menselijke leed af om maar aan te nemen dat mensen zomaar er voor kiezen overmatig veel drank of drugs te gaan gebruiken.
Ergens wil ik een hand uitreiken. Direct teruglopen. Hem op een klein gerecht trakteren. Misschien zelfs even een praatje houden.
Maar ik stap flink door. Ik kijk nog eens niet om. Ik denk alleen aan mezelf. We hebben het allemaal zwaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten